web-log.nl, powered by TypePad

[j.a.fernand@mail.be]

95

Ruiten wil ik verbrijzelen, openstaande deuren intrappen, stinkbommen gooien, rookpotten aandragen, van geel zeggen dat het blauw is, ijskoud bier drinken, Deelder gelukwensen met zijn vijfenzestigste verjaardag, zeggen dat Mortier een belachelijke vent is, een vent, nu ja, alles is relatief, het hebben over Nooteboom als ik Klooteboom zeg, het kraantje ter zee opendraaien en te voet naar Engeland trekken om de kween eens haar vet te gaan geven, de wind uit het noorden aanwakkeren, en die uit het zuiden ook, tegelijkertijd, en lachen met Sting omdat hij spoken ziet en ik er zelf een ben.

   

Vandaag! Een zuurstok die geen IQ van een haikoe kan onderscheiden, niet door mij is gekozen noch door u is weggestemd, - hoe zit dat met die democratie in dat beschaafde westen van uilder, in het welvarendste landje ter wereld, met zijn vluchtelingenkamp aan het Noordstation te Brussel en zijn negen lege bollen aan de Heizel? Dat is symbolisch, zegt u. Ach zo, waarom niet. En de gevangenen van het systeem en de heersers van Laken en de meer dan dertigduizend afschuwlelijke vierkante kilometer er rond, al die idioten die ik dagelijks zie passeren, allemaal symbolisten zeker?

   

Ik dacht: één iemand zal toch wel op de deur kloppen, vragen of ik er klaar voor ben. Hop, naar het centrum, de wegen afzetten, valse noodoproepen doen, vuilbakken in de fik steken, u kent het huisnummer wel, nylongordijnen vatten snel vlam, daar sneuvelen al de eerste ruiten, waren worden geplunderd, zo’n platte tv in de hel slepen, moet kunnen, maar die ga ik nu toch eerst in veiligheid brengen, morgenochtend pik hem wel op vanachter de struiken. Niets daarvan. Morgen gezond weer op, braafjes in het gelid, gaapjes, gaapjes, op de eerste of tweede trein richting Werkstad, z’n abonnement tonen, werkzekerheid tot in der eeuwigheid, denken: overmorgen wast vrouwtje met de kinderen de auto, en ’s avonds pik ik Marleen op voor mijn wekelijks sortieke, hotel Labrador. En dan zeggen: tja, echt democratisch is het niet, maar ge weet wel hé, en zie maar hoe Herman van Neruda in zijn vuistje lacht. Waar is het kind, riep ooit de moeder van de nieuwbakken president, en daar zat ze met de toen al glimmende grimmige nageboorte op haar schoot, terwijl het hier weer binnenregent dat het mijn kl. uithangt. Godverdomse lamzakken, als ge de boel nu nog niet opblaast, wanneer dan wel? Dat er sinds vorige week weer meer geld dan ooit naar de kerkfabrieken gaat, de normaalste zaak van de wereld hier. Ieder zijn privé moskee, waarom niet. En doof jullie sigaretten maar al preventief, want met de nieuwe president zal het gerookt vlees ook dra verboden zijn, en dat al wie een houtkachel heeft zijn schouw maar al toe plakt, ge weet nooit. Enzovoorts, maar nu ga ik slapen. Welterusten.

   

96

Al klinken woorden hol uit een mond die men niet kust, ‘kanonnenvlees’ kan niet verkeerd begrepen worden. Anno 2009, in een volgens sommigen beschaafd en welvarend land. De Crem en Flahaut voorhistorisch bezig in de spiegelzalen van de koninklijke speeltuinen, een militaire attractie meer niet. Maar in handen van Nobelprijswinnaars ontploft dynamiet echt.

 

97

Landordonnans van Rompuy is kandidaat waterdrager niveau EU, maar de eilanders willen dat een meisje roert, en geen Mietje. Gevraagd naar zijn IQ, gaf hij een haikoe. Alle begin is moeilijk.

   

98

In vele opzichten is B een merkwaardig land. Ook de inwoners zijn dat. Een mens als ik verwacht zich dan ook aan kunstenaars top van de bil en literatoren zonder weerga. Niets daarvan. Niet één heet Armando hier, en die woonde toch ook in Berlijn, schildert, schrijft en wat begint er nog allemaal niet met s, c en h. The very talented mister Armando. Maar hier. In eigen bezit heb ik een strekkende meter boekwerken over de Duitse taal en de betekenis van Duitse woorden, helaas in het Duits, maar ja, één euro het stuk. ’s Morgens groet ik met veel omhaal Katherina, een Duitse die honden uitlaat om kwart voor acht. “Guten Morgen, Frau Katherina.” Dan kijkt ze verbaasd op, en repliceert: “Kig bin ja kain Doitse.” Ik lach dan hardop, zij niet. Katherina woont al zo lang in dit land dat ze er geboren is, zij koestert B en haat D.

   

Ik ben ook de fiere bezitter van niet minder dan meerdere gestrekte meters boekwerken betreffende de Franse taal en de betekenis van Franse woorden, helaas in het Frans. Iedere ochtend.

   

99

Mensen reizen, - hoe kunnen ze, denk ik dan. Vluchten, ja! Emigreren, ja! Met de tent van hot naar Sien en vissen vangen, rotte appels rapen, zure druiven plukken en het Spaanse woord voor mantequilla niet kennen, ja! Uitgekafferd worden, voor een Roma gehouden worden, geen propere pyjama hebben, in voorarrest zitten, ja! Mongool, Touareg, van de Muide, nomade zijn, ja! Maar reizen? Neen, nooit!

 

AFSCHEID VAN GEEN VRIEND

Soms is te weinig voor mij al te veel, - soms? Neen, meestal. Altijd.

 

Al bijna vijf jaar sleep ik me van blog naar blog, en een tijdlang gaat dat goed, maar op een dag haalt de generale zekerheid het van mijn persoonlijke twijfel, en zie zelfs ik in dat. Maar dan is het natuurlijk al veel te laat, en de puinhoop. Spons. Vandaag was weer zo’n dag.

 

Geef mij maar de eenzaamheid, en vooral de verdraagzaamheid van papier.